Pensioenleeftijd: het blijft onderwerp van discussie. Maar wat verandert er op het moment dat u met pensioen gaat? Waar moet u rekening mee houden?
- Het basispensioen: AOW
Iedere Nederlandse ingezetene heeft (per 1 april 2012) vanaf de eerste dag van de maand waarop hij of zij 65 wordt, recht op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). ). In 2020 wordt de AOW-leeftijd echter verhoogd naar 66 jaar en naar 67 jaar in 2025. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de hoogte van uw inkomen als u eerder met pensioen wilt. De hoogte van de AOW verschilt en hangt af van uw woonsituatie en de leeftijd van uw huisgenoten. De AOW-uitkering is afgeleid van het minimumloon en is dus, als u alleen een AOW-uitkering heeft, geen vetpot.
- Aanvullend pensioen via uw werkgever
De meeste werknemers bouwen bij hun werkgever pensioen op dat de AOW-uitkering aanvult. Hoe hoog dat pensioen is, hangt onder meer af van de soort pensioenregeling die u heeft getroffen. Tegenwoordig zijn pensioenen vaak gebaseerd op middelloonregelingen (u bouwt een pensioeninkomen op dat ongeveer het gemiddelde is van wat u tijdens uw carrière heeft verdiend) of zogeheten beschikbarepremieregelingen. Dat laatste betekent dat u ontvangt wat u heeft opgebouwd: de ingelegde premie door de jaren heen plus het rendement dat is opgebouwd.
- Minder belasting vanaf uw AOW-leeftijd
Het wordt als een goed pensioen beschouwd als u rond de 70% van uw huidige inkomen ontvangt. Dat is niet omdat u als oudere met minder toekunt, maar omdat u als gepensioneerde minder belasting betaalt. Vanaf uw AOW-leeftijd betaalt u geen AOW-premie meer. Daardoor daalt het belastingtarief in de eerste 2 schijven. U betaalt over uw inkomen alleen nog premies Anw (Algemene nabestaandenwet) en AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Dat scheelt aanzienlijk in de belastingheffing.
Zie ook pagina
Pensioen